Uitgeleefde orgelpijpen

Ghislain Potvlieghe schrijft hier zijn epistels rond orgel en orgelmuziek

Uitgeleefde orgelpijpen

Joined: Wed 1 Jul 2009, 07:33

Mon 19 Apr 2010, 07:01 #1

Iets over uitgeleefde pijpen

Die gebroken en verdestrueerd zijn, beknabbeld en gekraakt in de klauwen van mensen die we niet mogen beschrijven, zo leerde ik van mijn geraffineerde en tactvolle vriend zaliger die Lambert Erné heette en hij sprak, dat ge daarvoor varkenspoten aan uw lijf moet hebben, of ne vuilerik moet zijn, al zou dat misschien ook moeten kunnen, want onze oude Breughel geneerde zich al evenmin om wat lol en drek. Kom, het gaat over gemartelde en uitgeleefde orgelpijpen, verschrompeld alsof ze het vel werden afgestroopt - stel u voor, dat ge zelf een pijp zijt - die eens zo'n hartstochtelijke rammeling ofte pandoering had gekregen, en sindsdien kijkt ge scheel door uw kernspleet, ge blaast en staart voor u uit met een gekabbelde blik, duister als een zwart schaap midden de witte kudde, en dan hebt ge ook niks anders meer te vertellen tenzij wat zenuwachtig gekrab in de strot, of ge houdt een redevoering zonder etiquette, en schreeuwt moord en brand, ach, wat is dat dan, dat moet al even genant en krapuleus zijn als het geblaf van een hond zonder staart, die bijaldien onbekwaam is zijn achtergevel te bedekken, zoals de Vlaamse poëet Ernest Claes dat eens wat minder proper beschreef in een van zijn meesterwerken. Ja, onzen Claes, die tenminste het Vlaams zeer machtig was, iets dat misschien toch een beetje als geklutste eieren klinkt in het zuivere oor van elke rechtschapen Hollander - alsof er andere zouden zijn? - en die zich bij zo'n lektuur de baard vol dingens, hoe heet dat nu weer in 't latijn?, gesmeerd moet voelen. Nee, Revius daarentegen, die richtte zich plechtig en filosofisch op van boven zijn grote molenstenen kraag en componeerde een blinkend sonnet vol wijsheid, smalend neerkijkend op dat kleinste pijpje in de orgelkast, op dat minuscule flierefluiterke daar midden het grote orgelpeloton en dat naar zichzelf keek en zag dat het best was, zichzelf hooghartig prijzend en krijsend bovenuit het nederig gebrom van bevoorbeeld een zestienvoet, allé, vergelijkend vertaald in 't vlaams: kangoeroes zijn zoals sommige politici: het leger de zak hoe verder ze springen. Maar moest ik hier wat kwijt, iets over gebroken en gemarteld pijpwerk? Over iets dat als per malheur een kromme feeslift had ondergaan, dat u dan aangaapt, zo ondoelmatig, zo mateloos, zo smachtend, zo ongevraagd, zo flaubertiaans in zijn luizige bestaan...?
Reply
Like
Share